Loading…

5.1 Nederlands Gewest – Land & Water 

Van forten tot fruitteelt

Verhaal van Gelderland - 5
Verpachting van het Nederrijkswald – De waldgraaf beheerde het Nederrijkswald. Hij bepaalde welk hout gekapt mocht worden en waar vee mocht grazen, in ruil voor een vergoeding. Deze kaart uit 1620 (met het noorden onder) toont de in pacht uitgegeven percelen (met letters) van het Nederrijkswald tussen Groesbeek (bovenin), Beek en Wyler. Onderin loopt de weg van Kranenburg naar Nijmegen.
Bron: Gelders Archief

De rivieren in het gewest Gelre waren cruciaal voor de verdediging van de Nederlanden. Gelre veranderde in de zestiende eeuw in een verdedigingsbolwerk waarvan sporen nog steeds zichtbaar zijn. Een deel van de landbouwactiviteiten bleef hetzelfde, waarbij boeren zich specialiseerden in het bewerken van de zandgronden in de kwartieren Zutphen en Veluwe, en het bewerken van rivierklei in het kwartier Nijmegen. Ook nieuwe gewassen en industrieën deden hun intrede. Het landschap leed veel schade door overbeweiding en boskap. Dit leidde tot de eerste aanzetten voor planmatige bosbouw in de achttiende eeuw.

Het Gelderse landschap als verdedigingsbolwerk

Ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog had Gelre een belangrijke militaire en strategische positie. Als grensgewest ving het veel klappen op voor de rest van de Nederlanden. Vooral de rivieren waren belangrijk voor de oorlogsvoering, niet alleen defensief maar ook offensief. Maurits van Nassau wist in de oorlog tegen de Spanjaarden goed gebruik te maken van de rivieren. Belangrijke verbindingspunten moesten beschermd worden: Gelre kwam langs de rivieren vol te staan met forten en wachttorens. In korte tijd veranderde Gelre in een verdedigingsbolwerk. Het rivierrijke gewest bleef ook in de zeventiende en achttiende eeuw een belangrijke verdedigingsfunctie behouden.

Landbouw in Gelre

De landbouw in Gelre bestond overwegend uit gemengde bedrijven: boeren bewerkten hun akkers en hielden daarnaast wat vee. De grootte van de bedrijven varieerde. Er waren veel kleine zelfvoorzienende boerenbedrijfjes, maar oostelijk Gelre kende grote scholtenboerderijen en in het Rivierengebied waren grote pachtboerderijen te vinden. Grofweg kunnen we de provincie op basis van bodemsoort in tweeën delen. Het laaggelegen kwartier van Nijmegen tussen de rivieren bestond voornamelijk uit kleigrond. De kwartieren van Veluwe en Zutphen bestonden vooral uit zandgronden en moerassen. De grote regionale verschillen in landschap en bodemkwaliteit leidden tot grote verschillen in agrarische activiteiten.

Fruitteelt en vee in het rivierengebied

In het Gelderse rivierengebied verbouwden boeren veel kapitaalintensieve producten. De hogere stroomruggen werden gebruikt voor akkerbouw en fruitteelt. Op de lage en natte komgronden liep veel vee. Paardenfokkerijen en vetweiderijen speelden hier een belangrijke rol. De landbouw in dit gebied was meer gericht op de vraag van de markt.

Verhaal van Gelderland - B3
Gewassen in Gelderland in de achttiende eeuw – De agrarische economie vormde in de achttiende eeuw het fundament van het bestaan in Gelderland.
Bron: Marjolein Haars (BCL Archaeological Support), collectie Erfgoed Gelderland (Verhaal van Gelderland boek 3, pagina 255), CC-BY-NC.
Verhaal van Gelderland - 5
Fruitteelt in de Betuwe – Hoewel de fruitteelt relatief bescheiden van omvang was, werd de Betuwe in de zeventiende eeuw wel de ‘gemeyne appel-kelder van Holland en Friesland’ genoemd. Er werden appels, peren, pruimen en kersen geteeld.
Bron: Gelders Archief

Erosie op de zandgronden

Op de zandgronden op de Veluwe en in de Achterhoek groeiden gewassen als rogge en boekweit. In de Gelderse Vallei waren vooral veel turfstekers actief. Een groot deel van de Veluwe bestond nog uit woeste grond, al was dit aandeel sterk geslonken door de grootschalige ontginningen in voorgaande eeuwen. De woeste grond die er nog was, had een belangrijke rol voor de landbouw. Hij leverde heideplaggen voor het bemesten van akkers of werd gebruikt voor het weiden van vee. Markegenootschappen, collectieven van lokale boeren, beheerden en onderhielden zulke woeste, gemeenschappelijke gronden. Door roofbouw op de heide erodeerde de grond in toenemende mate, met grote stofstormen tot gevolg. Zulke zandverstuivingen door overexploitatie waren al sinds de veertiende eeuw een aanhoudend probleem. De eerdergenoemde markegenootschappen en zandgraven (te vergelijken met dijkgraven) probeerden het gebruik van de woeste gronden te reguleren. Zo mochten boeren niet zomaar hun vee laten grazen op het land: daarvoor moest een vergoeding worden betaald. Ook door het planten van dennenbomen probeerde men (tevergeefs) zandverstuivingen tegen te gaan.

Industrie op het platteland

In de zeventiende eeuw kwamen diverse plattelandsindustrieën op. Deze industrieën maakten gebruik van de natuurlijke bronnen en eigenschappen van het Gelderse landschap. Zo was het hoogteverschil op de Veluwe gunstig voor de papierindustrie. Gegraven waterlopen brachten het onderliggende, zoete water naar boven. Dit water was geschikt voor zowel de productie van papier als het aandrijven van papiermolens. In de zeventiende eeuw maakte de papierindustrie een spurt. Er werden veel molens gebouwd en extra sprengen gegraven om water naar de molens te leiden. De meeste molens zijn weg, maar de sprengen zien we nog terug in het Gelderse landschap. Daarnaast ontwikkelden zich in het oosten van Gelre nog twee andere kenmerkende plattelandsindustrieën. In de omgeving van Gaanderen langs de Oude IJssel zat veel moerasijzererts in de bodem. Hier kwam de ijzerindustrie tot bloei. In het oostelijk deel van de Achterhoek begon men op grote schaal vlas te verbouwen voor de textielindustrie.

Verhaal van Gelderland - 5
Coulisselandschap – Tekening van het grensgebied tussen Winterswijk en Südlohn met bouwlandkampen, eikenwallen, coulissen, boerderijtypen en landbouwwerktuigen, gemaakt ca. 1590-1595.
Bron: Landesarchiv Nordrhein Westfalen

Flexibiliteit in tijden van crisis

Van ongeveer 1650 tot 1750 kampte Europa met een flinke landbouwcrisis. Deze crisis raakte met name marktgerichte landbouwbedrijven. Nu was de landbouw in Gelre (met uitzondering van het Rivierengebied) grotendeels zelfvoorzienend en minder marktgericht dan die in het westen van het land. Gelre kwam daardoor zonder al te grote problemen door de landbouwcrisis heen. Dit was deels te danken aan de flexibiliteit van de boeren. Daalden de prijzen van een bepaald gewas, dan zochten zij naar lucratieve alternatieven. Verschillende nieuwe gewassen verschenen op de akkers. Zo teelden boeren op grote schaal hop voor het brouwen van bier. Ook de verbouw van tabak werd enorm populair, vooral in de Gelderse Vallei en het Rivierengebied. In de tweede helft van de achttiende eeuw nam de verbouw van tarwe en rogge weer toe. Deze graansoorten moesten nu echter wedijveren met een nieuw gewas dat boeren in toenemende mate gingen telen: de aardappel.

Gelderse bossen in nood

Voor de landbouw en de plattelandsindustrieën waren woeste gronden en in het bijzonder bossen enorm belangrijk. Niet alleen voor het weiden van vee, maar ook voor de jacht, het steken van heideplaggen en als bron voor brandhout, timmerhout, bezemhout, bosvruchten, noten en nog veel meer. Een deel van het Gelderse bosgebied behoorde tot de oude domeinbossen van de vroegere hertog. Het beheer van deze bossen lag (deels) bij de Gelderse Rekenkamer. De Rekenkamer moest toezicht houden, de houtkap reguleren en voorkomen dat de bossen illegaal werden gerooid. Wie zijn vee los wilde laten lopen in het bos of hout wilde halen, moest een vergoeding betalen.

Ondanks dit soort regels was er volop sprake van illegale houtkap, stropers en overbeweiding. In combinatie met brand en stormen leidde dat ertoe dat de Gelderse bossen in de zestiende en zeventiende eeuw in zeer slechte staat verkeerden. Vanaf de achttiende eeuw kwam hier verandering in. Geïnspireerd door vernieuwingen in het buitenland, experimenteerden verschillende bosbouwpioniers met meer planmatig onderhoud en gebruik van de bossen. Het toezicht op illegale praktijken werd verscherpt, bossen werden opnieuw ingemeten en men begon planmatig grove dennen aan te planten, een boomsoort die gebruikt kon worden in de opkomende mijnbouw.

Grillige rivieren in een grillig klimaat

Verhaal van Gelderland - 5
Watersnood – De watersnood van 1740-1741 was een van de grootste van de achttiende eeuw en trof ook uitgestrekte delen van Gelre. In vier verschillende prenten, waarvan deze de eerste is, worden de getroffen gebieden getoond.
Bron: Rijksmuseum Amsterdam

De periode tussen de zestiende en negentiende eeuw staat bekend als de Kleine IJstijd: een tijd met korte, natte zomers en lange ijzige winters. Dit had grote gevolgen. In de zomer leidden de korte groeiseizoenen vaak tot misoogsten. In de winter kregen de bewoners van het Gelderse rivierengebied geregeld te maken met overstromingen. Rivieren vroren dicht, en als daarna de dooi inzette, veroorzaakte het kruiende ijs ijsdammen. Het water kon dan niet wegstromen waarna de dijken braken. Niet alleen de rivieren maar ook de zee kon rake klappen uitdelen: stormvloeden tastten in deze periode vaak de Gelderse kustgebieden aan.

Verdelen van water

Tegenover het gevaar van overstromingen stond het probleem van verzanding. De Nederrijn en de IJssel kregen steeds minder water en dreigden te verzanden. Dit was niet alleen een probleem voor de handel en landbouw, maar ook voor de veiligheid van het land. De Gelderse rivieren vormden immers een verdedigingslinie, en die mocht niet droogvallen. Om het water van de Rijn beter te verdelen over Nederrijn, IJssel en Waal werd in 1707 het Pannerdensch Kanaal aangelegd. Nu kreeg de Waal inderdaad minder water, maar de Nederrijn juist te veel, wat weer leidde tot nieuwe overstromingen. In 1770 volgde de aanleg van het Bijlandsch Kanaal, waardoor wel de gewenste verdeling bereikt werd. De Nederlandse gewesten en het koninkrijk Pruisen (dat de baas was in Kleve) werkten samen om deze kanalen te realiseren.

Verhaal van Gelderland - B3
Werken aan de rivier – Aan het begin en het eind van de achttiende eeuw werden in Gelderland grootschalige rivierwerken uitgevoerd.
Bron: Marjolein Haars (BCL Archaeological Support), collectie Erfgoed Gelderland (Verhaal van Gelderland boek 3, pagina 251), CC-BY-NC

Bezoek de musea

Deze musea vertellen met hun vaste collectie het verhaal van Land & Water in de tijd van het Nederlands Gewest.

de musea
Achterhoeks Openluchtmuseum

Achterhoeks Openluchtmuseum

Dit streekmuseum in Lievelde vertelt het verhaal van het leven en werken op het platteland in de Achterhoek. Op het terrein vind je allerlei verschillende boerderijtypen, waaronder een Los Hoes dat wordt gedateerd rond 1700.

Heerder Historische Vereniging/Museum

Heerder Historische Vereniging/Museum

Museum toont de geschiedenis van de sprengen en beken in he gebied rond Heerde.

Huis Zypendaal

Huis Zypendaal

Het huis is omringd door water, met een parkaanleg met sprengen, beekjes, grand canal en vijver.

Kasteel Cannenburch

Kasteel Cannenburch

Water is cruciaal voor de Cannenburch. Dankzij de beken en sprengen van de Veluwe staat het kasteel op deze plek.

Kasteel Rosendael

Kasteel Rosendael

De geleide beek speelt een belangrijke rol in de parkaanleg met de vijver en de bedriegertjes (fonteintjes in het plaveisel) van Rosendael.

Nederlands Watermuseum

Nederlands Watermuseum

Museum vertelt over de rol van het water (van beken, sprengen tot rivieren).

Paleis Het Loo

Paleis Het Loo

Paleis vertelt het verhaal over de ligging van Paleis het Loo onderaan de stuwwal van de Veluwe met natuurlijk stromend water.

Rijksmuseum Slot Loevestein

Rijksmuseum Slot Loevestein

De ligging van Slot Loevestein op de landtong van Waal en Maas speelt een belangrijke rol voor de staatgevangenis.

Stoomgemaal Arkemheen Nijkerk

Stoomgemaal Arkemheen Nijkerk

Het stoomgemaal vertelt het verhaal van de uitwatering van de polder Arkemheen, de dijken en de dreiging van de Zuiderzee.

de musea

Bekijk Gelderse collecties

Deze collectiestukken, afkomstig uit Gelderse collecties, passen bij het thema Land & Water  in de tijd van het Nederlands Gewest.

de collectiestukken

Kaart van de Veluwe

CODA

Verlaating van Nijmegen en rampspoed der Troupes op de Gierbrug, den 16. October 1794

Valkhof Museum

Fuik, wilgenteen, 16de/17de eeuw

Slot Loevestein

Lees meer verhalen

Deze verhalen vertellen je meer over het thema Land & Water in de tijd van het Nederlands Gewest.

de verhalen

Waterputten en waterpompen in Zutphen

Voor bewoners en bestuurders van middeleeuwse en vroegmoderne steden was de beschikbaarheid van vers, schoon water een punt van voortdurende zorg..

Alarm bij overstromingen

Vanaf omstreeks 1600 werden overstromingen ernstiger en kwamen ook vaker voor. De bewoners van het rivierengebied waren vaak al..

Jacob Mom als waterstaatsheld?

In de strijd tussen de Republiek der Zeven Provinciën en Spanje was het Land van Maas en Waal frontgebied. De streek was daarvan het slachtoffer..