Loading…

4.4 Graafschap en Hertogdom – Kennis & vernieuwing

De eerste boekdrukker van Gelre

Verhaal van Gelderland - 4
Stenen gevel – Een vroeggotische gevel van een huis aan de Agnietensteeg in Zutphen. Dit bouwwerk uit ongeveer 1300 is een van de vroegste voorbeelden van steenbouw in de stad.
Bron: Michel Groothedde

Ten tijde van het graafschap en hertogdom Gelre ontstonden diverse vernieuwingen op het vlak van waterbeheer, stedenbouw, onderwijs, industrie, oorlog en handel. Gelre was hierin vaak geen voorloper, maar door zijn groeiende status in Noordwest-Europa wel altijd bij de tijd. Omdat Gelre over land en water goed bereikbaar was, konden Gelderse handelaren, ambachtslieden en bestuurders goed op de hoogte zijn van ontwikkelingen in andere landen.

Onderwijs

Al vanaf de dertiende eeuw waren er parochiescholen in Gelderse steden en grotere dorpen. Hier leerden kinderen lezen, schrijven en rekenen. In de dorpen kregen ze vaak les van de pastoor of koster, maar in de steden waren er direct al echte schoolmeesters. Na deze “basisschool” leerden de meeste kinderen een vak in de praktijk. Jongens uit gegoede gezinnen konden tussen hun negende en vijftiende naar Latijnse scholen. Deze waren in eerste instantie verbonden aan kapittels, bestuurscolleges die behoorden bij een kerk of klooster. Leerlingen gingen dus letterlijk naar een “college”. Het Zutphense Walburgis-kapittel was zo’n onderwijsinstelling. Vanaf de veertiende eeuw werden er ook Latijnse scholen gesticht door Gelderse stadsbesturen. Voor universitair onderwijs moest men naar grote steden buiten Gelre. Gelderse studenten waren te vinden in onder andere Parijs, Luik, Keulen, Oxford en Bologna.

Van hout naar steen

In de middeleeuwen waren de meeste huizen in dorpen en steden gebouwd van hout. Dit leverde in de steeds dichter bebouwde steden een enorm brandgevaar op. Zo brandden grote delen van Zutphen in de dertiende en veertiende eeuw tot de grond toe af. Het leidde ertoe dat stadsbesturen de bouw van stenen huizen gingen stimuleren. Rond 1400 bestonden de grotere Gelderse steden grotendeels uit stenen huizen. Het hielp dat bakstenen en dakpannen als alternatief voor hout steeds beter toegankelijk waren. Er waren veel steenovens in Gelre waar stenen werden gebakken van rivierklei.

Werken met water

Vanaf de hoge middeleeuwen werd op grote schaal gesleuteld aan het Gelderse landschap, enerzijds om droge voeten te houden en anderzijds om meer landbouwgrond te verkrijgen. Zo werden er dijken opgeworpen langs de grote rivieren. Meanderende rivieren werden doorgegraven ter bescherming tegen overstromingen. Om grond geschikt te maken voor landbouw werd deze ontgonnen. Drassige laaggelegen gebieden werden dan afgewaterd door het graven van weteringen. In 1356 ging men nog een stap verder, toen kregen de inwoners van Nijkerk en Putten hertogelijke toestemming om een deel van de Zuiderzee droog te leggen. Dit resulteerde in de nog altijd bestaande Arkemheenpolder.

Wind- en waterkracht

Watermolens werden al in de oudheid gebruikt. De vele rivieren en beekjes in Gelre leenden zich goed voor deze vorm van aandrijving. In de vroegste Gelderse documenten wordt dan ook met regelmaat gesproken over watermolens in het bezit van graven of kloosters. Vanaf ongeveer het jaar 1000 gingen molens ook draaien op windkracht. Windmolens zijn het nuttigst op hoger gelegen grond waar ze de meeste wind kunnen vangen, zoals op de oeverwallen langs de grote Gelderse rivieren. De oudste nog bestaande molen in Nederland staat in Zeddam.

Verhaal van Gelderland - B2
Dijken – Een kaart van het hertogdom Gelre rond 1350 waarop te zien is dat veel waterwegen in de drie noordelijke kwartieren al vroeg waren bedijkt.
Bron: Marjolein Haars (BCL Archeological Support) collectie Erfgoed Gelderland (Verhaal van Gelderland boek 2, pagina 140), CC-BY-NC
Verhaal van Gelderland - 4
Koggeschip – Het stadszegel van Harderwijk toont een koggeschip als symbool van de stad. De middeleeuwse economie van Harderwijk draaide om visserij en overzeese handel.
Bron: Stadsmuseum Harderwijk

Koggen en kranen

De groeiende zee- en rivierhandel in Noordwest-Europa leidde tijdens de hoge en late middeleeuwen tot innovaties op het gebied van transport en overslag. Deze vonden ook hun toepassing in Gelre. Zo werden Gelderse steden uitgerust met kranen, bediend door ‘kraankinderen’ (kleine volwassen mannen), die het uit- en inladen van schepen vergemakkelijkten. Een belangrijke vernieuwing was de ontwikkeling van het koggeschip, rond 1200. Dit gedrongen scheepstype met een platte bodem kon meer vracht vervoeren dan eerdere scheepstypen. Aangezien veel Gelderse steden waren aangesloten bij de Hanze, was deze vernieuwing ook voor hen belangrijk. Harderwijk nam de kogge zelfs op in het stadswapen.

Drukken

De belangrijkste vernieuwing ten tijde van het hertogdom Gelre was de uitvinding van de boekdrukkunst. Rond 1440 vond Johannes Gutenberg (ca. 1400-1468) een druktechniek met losse letters uit. Hierdoor hoefden boeken niet met de hand (over)geschreven te worden, maar konden hele pagina’s in een keer gedrukt worden, in veelvoud. Aan het einde van de vijftiende eeuw werd slechts hier en daar iets gedrukt in het hertogdom. Pas honderd jaar na de uitvinding vestigde de eerste boekdrukker zich voor langere tijd in Gelre. Peter van Elsen drukte in Nijmegen gedurende vijfentwintig jaar (1536-1561) zeker zeventig boeken.

Kastelen en kogels

In de loop van de elfde en twaalfde eeuw bouwden steeds meer Gelderse edelen verdedigbare, stenen woontorens of een stenen muur rondom hun kwetsbare woning. Vanaf de dertiende eeuw maakten ook de aarden wallen en houten borstweringen rond steden plaats voor stadmuren van baksteen. Vanachter de kantelen en kijkspleten kon er met pijl-en-boog op eventuele belagers geschoten worden. Een belangrijk kantelpunt in de stadsverdediging was de introductie van het kanon, vanaf halverwege de veertiende eeuw. Hiermee waren stadmuren gemakkelijker neer te halen. Op den duur werden veel stadsmuren daarom vervangen door aarden stadswallen. Een bekende Gelderse kanonnengieter (maar eigenlijk klokkengieter) was Geert van Wou (ca. 1450-1527).

Verhaal van Gelderland - 4
Eerste boek – De Historia Scholastica was het eerste boek dat in Nederland gedrukt werd (1473), onder andere door de in Nijmegen geboren Gerard van der Leempt.
Bron: Universiteitsbibliotheek Utrecht
Verhaal van Gelderland - 4
Deze klok van de Arnhemse Eusebiuskerk uit 1498 is van de hand van Geert van Wou. De klokkengieter vervaardigde tijdens de Gelderse Oorlogen ook oorlogsgeschut.
Bron: Eusebiuskerk

Bezoek de musea

Deze musea vertellen met hun vaste collectie het verhaal van Kennis & vernieuwing in de tijd van het Graafschap en Hertogdom.

de musea
Gebroeders Van Lymborch Huis

Gebroeders Van Lymborch Huis

Het huis toont het talent en de innovatie van de Gebroeders van Lymborch.

Nederlands Wijnmuseum Arnhem

Nederlands Wijnmuseum Arnhem

Museum vertelt het verhaal van de wijnbouw door de eeuwen heen met een opeenvolging van innovaties.

de kaart

Bekijk Gelderse collecties

Deze collectiestukken, afkomstig uit Gelderse collecties, passen bij het thema Kennis & vernieuwing in de tijd van het Graafschap en Hertogdom.

de collectiestukken

Missaal van het bakkersgilde

Valkhof Museum

Antependium van het Schippersgilde

Valkhof Museum

Deksel van aardewerk met ringeloor-decoratie

Geldersch Landschap & Kasteelen

Lees meer verhalen

Deze verhalen vertellen je meer over het thema Kennis & vernieuwing in de tijd van het Graafschap en Hertogdom.

de verhalen

Ammersoyense brouwoven

Nederland staat bekend om zijn hoge kwaliteit bier: het grootste biermerk wereldwijd is van Nederlandse oorsprong. In Nederland werd in de veertiende..

Kronieken en historiën

De beeldvorming over het eigen verleden werd al in de vijftiende eeuw bevorderd door de Nijmeegse geschiedschrijvers Willem van Berchen, bekend van..

Blokhuis te Ravenswaaij

In het rivierengebied nabij Buren liggen in de middeleeuwen veel kastelen en versterkte huizen. De rivieren de Rijn, de Linge en zijstromen hiervan zijn..