Loading…

4.7 Graafschap en Hertogdom – Economie & Uitwisseling

Naar een stedelijke economie

Verhaal van Gelderland - 4
Wat is de munt waard? Weeg het paard – Het ‘Hanzepaardje’ uit Harderwijk meet 6 × 4,4 × 2 cm. Dit muntgewicht is rond 1300 in Noorwegen gemaakt. Oorspronkelijk woog het 87,5 gram, het equivalent van een halve mark
Bron: Stadsmuseum Harderwijk

Het graafschap en – vanaf 1339 – hertogdom Gelre werd doorkruist door de belangrijkste handelsrivieren van Noordwest-Europa. De Gelderse steden langs deze rivieren trokken veel (buitenlandse) kooplieden aan. Tegen het einde van de dertiende eeuw telde het graafschap Gelre enkele grote steden – Arnhem, Zutphen en Nijmegen – en meerdere kleinere steden. In de steden ontwikkelde zich in de loop van de middeleeuwen een nieuwe, stedelijke economie, die nog altijd nauw verbonden was met het omringende platteland. De stedelijke nijverheid in Gelre richtte zich voornamelijk op de lokale en regionale afzetmarkt.

Gelre als doorvoerregio

Door Gelre liepen de belangrijkste handelsrivieren van Noordwest-Europa: de Maas, Rijn, IJssel en Waal. Deze rivieren verbonden het Duitse achterland (o.a. het Rijngebied) met economische gebieden in het westen en noorden (Brabant, Vlaanderen, Holland, Engeland en het Oostzeegebied). Veel Gelderse steden langs de rivieren konden snel groeien door hun aandeel in de doorvoerhandel tussen deze regio’s. Contacten met het Rijnland verliepen vooral via de Rijn. Goederen als wijn, hout, aardewerk en steen werden vanuit het Duitse achterland via Gelre doorgevoerd en voor een deel ook in de Gelderse steden afgezet. Roermond en Venlo in het Overkwartier profiteerden bovenal van de handel over de Maas richting Maastricht en Luik. Ook kooplieden uit Nijmegen bevoeren de Maas vanuit het zuidelijk gelegen plaatsje Mook. Maar de grenzen van de Gelderse handel reikten verder. Via de Theems verhandelden kooplieden goederen in Londen. Vóór 1200 waren dit vooral Tielenaren, maar vanaf de dertiende eeuw pikten ook kooplieden uit Doesburg, Harderwijk en de IJsselsteden een graantje mee.

Samenwerken in de Hanze

In de dertiende eeuw waren Doesburg, Harderwijk, Nijmegen en Zutphen (en iets later Elburg) al actief in Scandinavië en het Oostzeegebied. Belangrijk voor de handelssamenwerking in het noorden van Europa waren de vitten: dit waren handelsnederzettingen van Gelderse steden aan de Sont. Tijdens het haringvangstseizoen trokken kooplui uit de Gelderse steden naar deze handelsnederzettingen. Ze zetten producten uit het Rijnland af en sloegen haringen in. Deze vitten behartigden de handelsbelangen van de Gelderse steden. Vanaf circa 1200 sloten kooplieden uit Gelderse steden zich aan bij de Hanze: een Noord-Duits samenwerkingsverband van kooplui en steden. Wie aangesloten was bij de Hanze, kon aanspraak maken op bescherming en bepaalde handelsprivileges. Vanaf de veertiende eeuw werd deze samenwerking steeds belangrijker. De Hanzesteden vergaderden tijdens de Hanzedagen, die meestal in Lübeck werden gehouden. Ook Gelderse afgevaardigden waren van de partij. Als de handelsprivileges van de Hanzesteden in gevaar kwamen, traden de steden gezamenlijk op om hun positie te beschermen.

Krap bij kas

Verhaal van Gelderland - 4
Wie zit waar aan tafel? – Negentiende-eeuwse tekening van de tafelschikking tijdens de centrale Hanzevergaderingen in Lübeck. Rechts zitten de steden uit het Keulse kwartier, waaronder de Gelderse Hanzesteden.
Bron: Stadsarchief Kampen

Een rekening van de grafelijke inkomsten uit 1294/1295 geeft inzicht in de inkomsten en uitgaven van het grafelijk territorium. De inkomsten bestonden o.a. uit jaarlijkse belastingen van hoeves, inkomsten uit grondbezit en ontginningen, afdrachten van horigen (en delen van hun erfenissen), boetes, tollen en een reeks aan rechten (visrechten, molenrechten, weiderechten). Het onderhouden van een graafschap kostte ook flink veel geld. Het grafelijk personeel moest betaald worden, residenties moesten onderhouden worden en oorlog voeren was zeker niet goedkoop. Tegen het einde van de dertiende eeuw zou een nieuwe functionaris de landsheerlijke rekeningen opstellen: de rentmeester. Hiermee verbeterde het financiële beheer aanzienlijk. Maar ook de rentmeesters konden niet voorkomen dat de graven en hertogen van Gelre, onder wie Reinald I (1255-1326) en zijn zoon Reinald II (1295-1343), zich meerdere malen diep in de schulden werkten. Om deze schulden in te lossen, moesten de graven en hertogen soms stukken grond verpanden aan buitenlandse heren, extra belastingen heffen of torenhoge leningen afsluiten bij rijke burgers en steden.

Plattelandseconomie

Hoewel in de dertiende eeuw het aantal steden was gegroeid, was Gelre in de middeleeuwen bovenal een agrarische economie. Het overgrote gedeelte van de bevolking was boer. Op de zandgronden van de Veluwe verbouwden boeren voornamelijk rogge, voor henzelf en voor de belasting. Zij waren grotendeels zelfvoorzienend en minder gericht op de markt, in tegenstelling tot de boeren van het Overkwartier, de graanschuur van Gelre. Hier werd veel graan verbouwd, dat kooplieden vervolgens via de stapelplaats Venlo verhandelden. Ook het Rivierengebied was meer marktgeoriënteerd. In de loop van de veertiende en vijftiende eeuw specialiseerden de boeren in het Rivierengebied zich in de paardenfokkerij en de vetweiderij van ossen voor de markt in Holland, Brabant en Vlaanderen. Uit de Tielerwaard en Bommelerwaard ging daarnaast veel fruit en noten richting Holland.

Lokale handel op week- en jaarmarkten

Stedelijke nijverheid kwam in Gelderse steden pas in de veertiende eeuw op gang. Schoenmakers, bakkers, bierbrouwers, wolwevers en kleermakers produceerden zowel voor stedelingen als voor het omringende platteland. Tijdens week- en jaarmarkten wisselden het platteland en de stad goederen uit. Op de weekmarkten verkochten boeren hun graan, groentes en fruit. Stedelingen verkochten hun schoenen, kleding, laken en bier. Weekmarkten waren vooral bedoeld voor uitwisseling in de eigen regio. Voor jaarmarkten waren kooplieden bereid verder te reizen. Hier werden de meer bijzondere producten verkocht door vreemdelingen en aan vreemdelingen. In de loop van de veertiende en vijftiende eeuw kwamen er steeds meer jaarmarkten bij. Tussen 1300-1550 ging Gelre van 20 naar 75 jaarmarkten. Vooral de gespecialiseerde veemarkten in het Rivierengebied floreerden.

Verhaal van Gelderland - 4
Navigeren over zee – Het ‘Zutphens’ kwadrant is een tijdmeet- en navigatie-instrument uit ongeveer 1300 en geldt als het oudste in zijn soort in Europa. Aan het oogje hing een pendel met verstelbare kraal. Met de gradenboog onderin kon aan de hand van de poolster genavigeerd worden op de breedtegraden
Bron: Gemeente Zutphen, Team Archeologie
Verhaal van Gelderland - B2
Naar de markt – Het stelsel van jaarmarkten in steden en op het platteland breidde zich tussen 1295 en 1353 enorm uit, vooral in ‘Overland’ (het Overkwartier). De tijdstippen waarop de markten werden gehouden, waren in regionale (sub)cycli op elkaar afgestemd.
Bron: Marjolein Haars (BCL Archaeological Support), collectie Erfgoed Gelderland (Verhaal van Gelderland boek 2, pagina. 84), CC-BY-NC

Naar binnen gekeerde economie

In de vijftiende eeuw verschoof het economisch zwaartepunt in de Lage Landen. Het graafschap Holland ontwikkelde een winstgevende exportnijverheid en veroverde stukje bij beetje de dominante positie in de interregionale handel. Ook in het noorden van Europa, buiten de Hanze om, kreeg Holland een sterkere positie. Door verzanding van de rivieren en door het toenemende oorlogsgeweld, trokken Gelderse kooplieden zich langzamerhand terug uit langeafstandshandel. In plaats van te investeren in risicovolle handelsondernemingen, staken rijke Gelderlanders hun geld liever in veilige beleggingen zoals grond en huizen. Waar Holland zich internationaal profileerde op de handelsmarkt, richtte Gelre zich juist steeds verder naar binnen, met een focus op de lokale en regionale markt.

Gelderse economie in oorlogstijd

Verhaal van Gelderland - B2
Handel in Gelre – Weergave van de belangrijkste handelsgoederen die via Gelre werden getransporteerd.
Bron: 4.1.8. Marjolein Haars (BCL Archaeological Support), collectie Erfgoed Gelderland (Verhaal van Gelderland boek 2, pagina 240), CC-BY-NC

In de eerste helft van de zestiende eeuw stond de Gelderse economie er niet al te best voor. Oorlogsgeweld bracht de handel over land en water in gevaar. Steden moesten soms meerdere keren brandschattingen betalen om plunderingen te voorkomen. Over de Gelderse rivieren werden veel minder producten vervoerd dan voorheen. Dat wil niet zeggen dat er helemaal geen handel meer gedreven werd in het Gelderse gebied. Het Rivierengebied had nog steeds een aanzienlijk aandeel in de veehandel richting Den Bosch, Utrecht en Antwerpen. En ondanks het gevaar op de rivieren vanwege het oorlogsgeweld, voeren schippers nog steeds met goederen richting het Rijnland en weer terug.

Reizend regeren

Tussen 1247 en 1271 verbleef graaf Otto II twaalf keer in Nijmegen, vijf keer in Zutphen, drie keer in Arnhem, drie keer in Geldern, twee keer in Wageningen en één keer in andere Gelderse steden. Otto II was niet de enige. De graven hadden geen vaste verblijfplaatsen. Ze hielden grip op hun gebieden door te reizen. De steden moesten het reizende hof gastvrij ontvangen. Zo was Harderwijk verplicht om het hof minstens twee tot drie dagen een gratis overnachting aan te bieden en gratis hooi leveren. En dit was niet goedkoop: de hele hofhouding ging immers mee waaronder de drost, keukenmeester, een arts en geestelijken. Ook de hertogen van Gelre bleven reizen – niet alleen binnen hun territorium maar ook daarbuiten. De reislustige Willem I van Gelre reisde naar Parijs en Londen, ging op kruistocht naar Litouwen en ondernam in 1391/1392 een bedevaart naar het Heilige Land.

Bezoek de musea

Deze musea vertellen met hun vaste collectie het verhaal van Economie & Uitwisseling in de tijd van het Graafschap en Hertogdom.

de musea
De Hanzeaat

De Hanzeaat

De Hanzeaat is gevestigd in de 15de eeuwse Bourgonjetoren. Hier wordt de  fascinerende Hanzegeschiedenis van Zutphen verteld aan de hand van de maquette van het middeleeuwse Zutphen, films en spellen. Leer meer over de toren, de IJssel en de Hanzetijd.

Historisch Museum Hedel

Historisch Museum Hedel

Museum toont de muntslag van kasteel Hedel met een rijke collectie munten.

Kasteel Ammersoyen

Kasteel Ammersoyen

In de kelders van het kasteel werd in de middeleeuwen bier gebrouwen.

Kasteel Hernen

Kasteel Hernen

Het kasteel als hart van de heerlijkheid Hernen met pachtboeren, molen en alle bijbehorende heerlijke rechten.

Musea Zutphen

Musea Zutphen

Museum vertelt het verhaal van de Hanzestad Zutphen in de late middeleeuwen.

Museum Elburg

Museum Elburg

Museum vertelt het verhaal van Elburg als hanzestad in de late middeleeuwen.

Nederlands Wijnmuseum Arnhem

Nederlands Wijnmuseum Arnhem

Museum vertelt het verhaal over de handelsstromen met het transport van wijn over de Rijn.

Stadsmuseum Harderwijk

Stadsmuseum Harderwijk

Het museum vertelt het verhaal van Harderwijk als Hanzestad in de late middeleeuwen.

de kaart

Bekijk Gelderse collecties

Deze collectiestukken, afkomstig uit Gelderse collecties, passen bij het thema Economie & Uitwisseling in de tijd van het Graafschap en Hertogdom.

de collectiestukken

Hanzeschotel met gegraveerde engelfiguren ; ondeugden

Rijksmuseum van Oudheden

Gelderse munt, Denier

CODA

Grootzegel

Stedelijk Museum Zutphen

Lees meer verhalen

Deze verhalen vertellen je meer over het thema Economie & Uitwisseling in de tijd van het Graafschap en Hertogdom.

de verhalen

Handel en gilden

De Waal was erg belangrijk voor de economie van middeleeuws Nijmegen. Schippers en kooplieden waren in die tijd dan ook de grootste en rijkste..

Bloeitijd van de riviervisserij

In de late middeleeuwen begon de bloeitijd van de riviervisserij. Grote trekvissen als zalm en steur konden tot die tijd alleen met spiezen..

De dikke toren in Varik

Het zicht op Varik wordt sinds mensenheugenis bepaald door de oude, dikke en stompe toren. Omstreeks 970 wordt in geschreven bronnen voor..