Loading…

6.5 19e eeuw – Sociale (on)gelijkheid

Bepalend was waar je wieg stond

Verhaal van Gelderland - 6
Lid zijn van de Gelderse adel, het ‘Ridderschap’, was bijzonder en dat moest de buitenwereld kunnen zien. Leden droegen onder meer dit kostuum.
Bron: Gelders Archief

Sociale ongelijkheid is van alle tijden. In de negentiende eeuw leek deze door de toenemende industrialisatie en daarmee samenhangende verstedelijking echter schrijnender dan ooit. Niet alleen omdat het meer opviel – de kloof tussen arm en rijk werd groter en zichtbaarder – maar ook omdat er op den duur steeds meer tegen werd geageerd. De ´sociale quaestie’ kwam op de agenda te staan. Met het verbeteren van het lot van de arbeidende klasse liep Nederland internationaal niet voorop. En binnen het nationale verband gold dat zeker niet voor het overwegend agrarische Gelderland. Toch werd er ook hier rond de eeuwwisseling op sociaal vlak een en ander bereikt.

De Gelderse standenmaatschappij

Gelderland was in de negentiende eeuw nog lange tijd vooral een adelgewest. Na de revolutionaire Bataafs-Franse tijd kreeg de adel haar oude machtspositie weer grotendeels terug. Ook in onze provincie verhief koning Willem I in de beginjaren van het koninkrijk nieuwe geslachten in de adelstand. In veel gevallen waren dat families die in de Republiek al tot de regentenstand hadden behoord. De oude en nieuwe Gelderse adel smolten snel samen. In de toenmalige standenmaatschappij zat vlak onder de adellijke stand de hogere burgerij, dat waren bijvoorbeeld hoge ambtenaren en mannen met vrije beroepen zoals artsen en advocaten. Daaronder kwam een laag met rijke boeren, succesvolle fabrikanten en verkopers van luxeproducten, zoals boek- en wijnhandelaren. Vervolgens kwam je dan al snel terecht bij de werkende stand, waartoe het gros van de mensen behoorde. Die liep van kleine (pacht)boeren en winkeliers naar geschoolde arbeiders om uiteindelijk te belanden bij het ongeschoolde proletariaat. Je stand bepaalde onder meer hoe je je kleedde – de plattelandsbevolking liep meestal nog in klederdracht -, met wie je omging en ook met wie je eventueel ging trouwen. Je afkomst werkte ook door in welk werk je deed, waar je woonde, kortom: hoe je verdere leven eruit zou komen te zien.

Arbeid

Werk was er in het negentiende-eeuwse Gelderland in veel soorten. De meeste mensen werkten echter nog in de landbouw. Een ruime meerderheid van hen was dagloner. Dat betekende dat zij niet verzekerd waren van vast werk. In drukke tijden, zoals in de oogsttijd, moest het inkomen worden verdiend. Niet alleen door een kostwinner, vaak moest het hele gezin meehelpen. Kinderarbeid was zeker in de landbouw niet ongewoon. Maar dat gold ook voor andere sectoren, zoals de Gelderse nijverheid, die vooral op het platteland gevestigd was. In de seizoensgebonden baksteenindustrie, berucht om de zware werkomstandigheden, werkten ook veel kinderen. Met name ’s winters was er op het platteland weinig werk voorhanden. Men leefde dan van het gespaarde geld en als dat er niet meer was van de bedeling. Ook in de steden hadden de meeste mensen geen vast werk. Daar leefden velen van het leveren van hand-en-spandiensten. Veel leden van de stedelijke rijke bovenlaag rentenierden. Vrouwen uit de hogere standen werkten in ieder geval niet. De huishouding werd overgelaten aan dienstmeiden en de zorg voor de kinderen aan kindermeisjes. Wel deden de dames vrijwilligerswerk voor charitatieve instellingen die het leed van de geringere klassen probeerden te verlichten.

Verhaal van Gelderland - 6
Estella Hijmans-Hertzveld (1837-1881) was een sociaal bewogen dichteres. Ze was een van de oprichters van de Arnhemse afdeling van Arbeid Adelt, de eerste Nederlandse vrouwenbeweging.
Bron: Kunstmuseum Den Haag
Verhaal van Gelderland - 6
‘Hent uut Zaand’ (Hendrikje van Dijk) was een van de laatste plaggenhutbewoners op de Veluwe. Om deze foto te maken moest de fotograaf een kwartje betalen aan Hent.
Bron: Gemeentearchief Ede (Archief Jac. Gazenbeek Stichting)

Woonomstandigheden

Niet alleen het werk en de werkomstandigheden verschilden in deze tijd enorm, dat gold zeker ook voor de wijze waarop men was gehuisvest. Zo lagen op de schrale gronden van de Veluwe nog talrijke nederzettingen met plaggenhutjes. Daar leefden mensen in de marge van de samenleving. In Hoenderloo begon de Hemmense dominee Ottho G. Heldring in 1839 zijn filantropische werk nadat hij er de erbarmelijke armoede had gezien. Niet ver van die plek, op de zuidelijke Veluwezoom, woonden veel welgestelden. De indrukwekkende pracht en praal van de compleet aangelegde landgoederen en buitenplaatsen leverde dit gebied de bijnaam ‘Gelders Arcadië’ op. In de Gelderse steden leefden armen en rijken dichter op elkaar. Door de komst van steeds meer plattelanders, die hoopten in de stad een beter bestaan op te bouwen, ontstonden dichtbevolkte achterbuurten. In Arnhem leefden in de jaren 1870 op een paar honderd meter van Musis Sacrum, het culturele centrum van de rijke stadsbewoners, zelfs hele gezinnen op een vuilnisbelt.

Gezondheid

Verschil tussen rijk, arm, armer en armst was ook terug te zien in de gezondheid van mensen. Tegenwoordig is het haast niet meer voor te stellen, maar rond het midden van de negentiende eeuw werd de Nederlandse vrouw gemiddeld slechts 40 jaar oud. De levensverwachting van mannen was nog lager: 38 jaar. In meer verstedelijkte regio’s was de kans op vroegtijdige sterfte nog groter dan op het platteland. Het overwegend rurale Gelderland deed het in vergelijking met de westelijke provincies op dat punt beter, maar ook hier waren er grote regionale verschillen. In het rijke Rozendaal was de lichamelijke gezondheid van de bewoners doorgaans goed, zij konden ook de beste medische zorg betalen. Het Rivierengebied, vooral het westelijke deel ervan, was bepaald niet de gezondste Gelderse regio om in te leven. Ronduit schokkend waren de hoge kindersterftecijfers in de arme Bommelerwaard. Maar op het terrein van de volksgezondheid werden in het laatste kwart van de negentiende eeuw grote stappen gezet. Door de komst van waterleidingen en rioleringen werden de hygiënische omstandigheden verbeterd en de gezondheidszorg werd geprofessionaliseerd.

Verhaal van Gelderland - B4T10H1-1024x664
De toestand van het lager onderwijs was begin negentiende eeuw vaak slecht, met te veel leerlingen in een te kleine ruimte. Dit schilderij toont het schooltje met de kosterswoning van Renkum.
Bron: Gelders Archief
Verhaal van Gelderland - B4
Deze kaart laat zien waar de Gelderlanders het oudst werden. De hoogste leeftijd werd bereikt in de Achterhoek en, opvallend genoeg, in het overwegend arme Land van Maas en Waal.
Bron: Marjolein Haars (BCL Archeological Support), collectie Erfgoed Gelderland (Verhaal van Gelderland boek 4, pagina 160), CC-BY-NC

Veranderende samenleving

Rond de eeuwwisseling hoefde de stand waaruit je afkomstig was niet langer allesbepalend te zijn voor het verdere leven. Al bleven op het Gelderse platteland, waar sinds mensenheugenis de adel had gedomineerd, nog lang de paternalistische verhoudingen voortbestaan. Door verbeterde infrastructuur, groeiende welvaart, beter onderwijs en sociale wetgeving konden mensen zich wel gemakkelijker opwerken. Maar dat was natuurlijk mede afhankelijk van capaciteiten en persoonlijke omstandigheden. Natuurlijk bleef er in de nieuw ontstane ´klassenmaatschappij´ ook sprake van sociale ongelijkheid. Op dat punt was er nog een heel lange weg te gaan, maar eind negentiende eeuw werden de eerste fundamenten gelegd voor onze huidige moderne, open samenleving.

Bezoek de musea

Deze musea vertellen met hun vaste collectie het verhaal van Sociale (on)gelijkheid in de tijd van de 19e eeuw.

de musea
Boerderijmuseum De Bovenstreek

Boerderijmuseum De Bovenstreek

Museum is gevestigd in een voormalige boerderij en toont hoe zelfvoorzienend zo'n klein gemengd boerenbedrijf was.

Boerderijmuseum Het Hofshuus

Boerderijmuseum Het Hofshuus

Museum is gevestigd in een voormalige boerderij en toont hoe zelfvoorzienend zo'n kleine gemengd boerenbedrijf was.

Heerder Historische Vereniging/Museum

Heerder Historische Vereniging/Museum

Museum toont de notariskamer van Pieter Crezeé waarin over rechtspraak rond Heerde verteld wordt.

Huis Verwolde

Huis Verwolde

Deze buitenplaats vertelt het verhaal van het personeel en de beroepen die nodig waren om de buitenplaats te laten functioneren.

Huis Zypendaal

Huis Zypendaal

Huis Zypendaal kon onderhouden worden door de plantage-opbrengsten uit Suriname. Hiermee heeft het huis een relatie met de slavernij.

Museum Elburg

Museum Elburg

In de vaste presentatie 'stad van weldoeners' toont het museum de collectie Van Kinsbergen.

Museum Kinderdorp Neerbosch

Museum Kinderdorp Neerbosch

Museum Kinderdorp Neerbosch vertelt het verhaal van het wezendorp net buiten Nijmegen.

Museum Stadskasteel Zaltbommel

Museum Stadskasteel Zaltbommel

Museum vertelt het verhaal van de industrialisatie van Zaltbommel aan het eind van de 19de eeuw.

Museum Tweestromenland

Museum Tweestromenland

Museum vertelt over de armoede in het Land van Maas en Waal, het leven tussen de rivieren en het katholieke geloof.

Nederlands Bakkerijmuseum

Nederlands Bakkerijmuseum

Museum vertelt het verhaal over de arbeidsomstandigheden in de bakkerij in de 19de eeuw.

Rozet

Rozet

Rozet vertelt het verhaal van het koloniaal verleden van Arnhem, het Haagje van het Oosten, met Bronbeek.

de kaart

Bekijk Gelderse collecties

Deze collectiestukken, afkomstig uit Gelderse collecties, passen bij het thema Sociale (on)gelijkheid in de tijd van de 19e eeuw.

de collectiestukken

Tabaksdoos, 1839–1850

Nederlands Openluchtmuseum

Schoolplaat ‘Kasteel met omgeving omstreeks 1300’

Geldersch Landschap & Kasteelen

Halssnoer, de Graafschap, 1859–1882

Nederlands Openluchtmuseum

Lees meer verhalen

Deze verhalen vertellen je meer over het thema Sociale (on)gelijkheid in de tijd van de 19e eeuw.

de verhalen

Andries Lau en Zephir, Wageningers met Afrikaanse roots in de negentiende eeuw

Andries Lau woonde rond 1820 bij dominee Conrad Conrad Schwiers en zijn vrouw Mary Stafford.(1) In de Heerenstraat in Wageningen was..

Gecompenseerden uit de Wageningse elite, deel 1

Goedhart, Bloemenperk, Boomblad, en Rook: het is een greep uit de achternamen die zijn gegeven aan de slaafgemaakte personen die..

De huttendorpen van Gelderland

In Gelderland bevonden zich in de negentiende eeuw verschillende huttendorpen (vroeger ook wel ‘huttenkolonies’ genoemd), die..